Cottwich regatta – A day at the races

Op de zondagochtend sta ik eens een keer vroeg op voor mijn doen. Om 07.30 uur naast mijn nest maar zoals gewoonlijk moet er nog een tas worden gevuld. Een uurtje later, Rijksweg N34 bijna leeg, cruise-control aan en met 100 kmh op weg naar naar mijn roeimaat. Iets te laat natuurlijk dus rappo klappo naar Gramsbergen want we hadden om 09.00 uur afgesproken. Hij  zit al op z’n tas langs de weg te wachten. Hoe lang al vraag ik maar niet aan hem: bang als ik ben voor een eerlijk antwoord.

Nog snel effe wat geld halen want je weet maar nooit hoeveel geld je nodig mocht hebben als er toevallig nog wat betaald moet worden. De autoroute is simpel en wat rijdt het toch heerlijk zonder zo’n dwingende TOMTOM-stem in de auto. N34 tot aan de Witte Paal – N36 afrijden tot aan Wierden, rotonde rechtdoor daarna rechts en dan ergens links bij dat kleine bordje Amycus. Gemakkelijker kan het haast niet.

Bij Amycus aangekomen is de sfeer relaxed en zo voel ik me ook. Niets geen wedstrijdspanning te voelen. Zou dat wel goed zijn?  We gaan eerst maar eens de boel verkennen en onze rugnummers ophalen. De Pegasus ligt namelijk al opgeriggerd op de botenwagen. Een enthousiaste roeicollega was zo goed geweest om al eerder de botenwagen met daarop ons ‘werkpaard’ Pegasus voor ons naar Almelo te rijden. Zodoende hadden we op zaterdag al de boot opgeriggerd en het parcours verkend. Wel zo gemakkelijk. Blijkbaar had ik toch nog wel een half uur kunnen blijven liggen want de bij de  inschrijvingstafel is men nog niet geheel klaar met de installatie van het een en ander.

Eerst maar eens koffie halen dan. Terwijl de man voor ons aan de bar nog met geld betaalt, word ik verwezen naar de muntenkassa die zojuist is geïnstalleerd. Ach ja, men moet ergens de grens trekken en die lag vandaag toevallig bij mij. De mevrouw bij  de muntenkassa had nog geen wisselgeld dus met dertien munten ingeruild voor 10 euro betrad ik weer de kantine (euh, clubhuis),  het eurokwartje voor het goede doel achterlatend. Ach, zo gaat dat vroeg op de ochtend bij roeiwedstrijden. Maar gelukkig was de koffie al bruin en de appeltaart stond achter de bar naar ons te lonken dus daar besteden we dan ook maar eens de waarde van een munt aan (0,75 eurocent). Later bedacht ik me, de appeltaart was eigenlijk te geef. Zoveel huisvlijt en smaak voor zo weinig geld…

Buiten breekt de ploert van koper voorzichtig hier en daar door de nevelmassa’s boven ons. Het gebruikelijke wachten vangt aan. Zitten, drentelen, eten, spullen klaarleggen, het beloeren van de (mogelijke) tegenstander(s), eens praten met oude bekenden. En maar wachten op het moment dat de eerste  ’gek’  z’n boot in het water gooit.

De loting had ons een gunstige plek toebedeeld met het magische nummer 01. Dat schept verwachtingen… Aangezien mijn roeimaat toch al met dat nummer op z´n rug rondliep (hij probeerde nog zijn oproeinummer aan mij te slijten, jammer joh, dat is het lot van de boeg) en we heel rustig wilden oproeien, besloten we dan ook maar gewoon als eerste van het vlot weg te gaan. En zoals dat gaat bij kuddedieren, volgde toen al snel de rest, waardoor ik meer en meer overtuigd raakte van het feit hoe weinig zelfstandig sommige roeiers toch zijn. Als makke schapen kwamen ze achter ons aan. Als ze dat op de weg terug naar de finish nu ook maar deden….

Rustig maken we haaltjes tempo 18 met light paddle. Er is geen haast, we weten wat er komt van onze oefentocht de dag ervoor. Een, oudijzerbedrijf, een pleziervaarthaven, een  baggerschuit, een dode kat (of was het een bunzing). Maar hoe we ook keken, de kat liet zich niet meer zien  (mogelijk toch opnieuw tot leven gekomen?), Tot slot een serie bruggen en een zwaaikom afgewisseld met een paar flauwe bochten.

We vragen ons af wat handig is, Bij een wat scherpe bocht oversteken of op de terugweg toch maar zoveel mogelijk stuurboordwal roeien. We besluiten tot het laatste. Roeiers halen ons hijgend in terwijl wij praktisch inspanningsloos aan de riemen hangen. We vragen ons af waarom die lui zich nu al vermoeien. Toch breekt bij ons het zweet ook al snel uit en blijken we met ons langzame tempo nog steeds te snel te varen en dus zijn we te vroeg bij de start. We roeien nog maar een eindje door voorbij de zwaaikom die de voorstart markeert. Alles beter dan wachten tot de lactaat in je gluteus maximus stroomt. De gedachte dringt zich bij me op waar de naam Cottwitch regatta eigenlijk op slaat. Ik heb geen idee en de gedachte drijft langzaam weg. Later op de dag leveren enige google-zoekslagen in eerste instantie ook niet veel op. Kwestie van een t teveel blijkt later. http://www.cottwich.com zou dat het zijn? Een eethuis/restaurant annex sandwichshop? Who cares?

Op de terugweg naar de voorstart liggen de roeiers al klaar. Het geloer naar elkaar is begonnen. Wie ziet er fit uit en roeit in hetzelfde soort bootje? Wat kwinkslagen vliegen heen en weer over het water en zoals gewoonlijk zijn er de lachers en de wat meer ernstiger figuren. Wie zou er toch het meest zenuwachtig zijn? De eerste of de tweede categorie? Een Phocasdame vraagt of we junioren zijn vanwege ons lage startnummer. Ahum! We hebben haar maar bedankt voor het compliment. Na wat wachten mogen we eindelijk weg en met  het idee dat we al zo’n beetje tegen de start aan lagen, zetten we er maar gelijk de sokken in. Iets te vroeg, bleek 200 meter later maar goed, inhalen werd voor onze achtervolgers nu wel heel lastig. Alleen zonde van de inspanning want die eerste 200 meter telt natuurlijk niet mee. Ik begrijp sowieso niet wat het doel is van 200 meter voorstart, binnen vier halen liggen we op snelheid. Maar goed, tempo 30/31, iets te hoog voor ons doen en met tijden van rond de 1:50 gaat het de eerste paar honderd meter best wel goed. Helaas ben ik weer eens vergeten de speedcoach aan te zetten dus straks geen gegevens over waar we nu wat fout/goed hebben gedaan.

Onderweg zie ik wat bruggen passeren en rode boeien maar geen flauw idee hoe ver het nog is. Mijn spieren vinden het echter al ver genoeg. Ze smeken nu al om genade die ik ze nog niet kan geven. Gedachten flitsen door mijn hoofd. Waarom doe ik dit in vredesnaam, wat is hier leuk aan, ik lijk wel gek. Tegelijkertijd hoor ik een andere stem: Joh, zeur niet, gewoon harder roeien dan duurt de pijn korter. Eindelijk komen er wat herkenningspunten, een jachthaven, oud ijzer op bakboord, een brug. Allemaal leiden ze af van ons doel maar ze geven ook informatie: het einde is in zicht. Alleen de gedachte al levert nog even wat energie. Ik pers er nog wat extra kracht uit en zie de 500meter-tijd op de onverbiddelijke speedcoach weer wat dalen. Vanaf de boeg wordt er nog geloofd  in een eindsprint maar ik kan nauwelijks meer mee. Signalen van mijn spieren bereiken mijn hersenen: houd hier toch eens mee op, we worden moe! Niet zeuren jongens, nog even doorzetten. Van de boeg hoor ik uit de verte een stem: nog twintig halen, hoe weet hij dat nou, ik geloof er niets van! En… ik krijg gelijk, nog eens twintig, wat? Nog meer zelfs. Ja daaag, zegt mijn verstand. Niet zeuren hoor ik mijn wilskracht spreken. Je zou er schizofreen van worden. Eindelijk hoor ik een hartverwarmend pèèèp en val voorover. Wat een genot om te mogen stoppen. Misschien is dat de reden dat ik roei? Omdat stoppen na de finish van een wedstrijd zo fijn voelt?

Binnen twee minuten voel ik me weer wat meer mens en doemt in mijn hersenen al snel de vraag op. Kon het toch niet harder?  Het viel eigenlijk nog best wel mee met de pijn. De menselijke geest, een verrader pur sang, doet weer van zich spreken. Tegelijk de vraag, hoe hard zou het eigenlijk gegaan zijn, waarom heb ik die vermaledijde speedcoach nou weer eens vergeten aan te zetten.

Gelukkig vult de organisatie de lacune in kennis: 0-2,5 km : 15,38 km/h. Best wel hard. Alleen: 2,5-5: 13,27 km/h. Mmmm, toch minder. Duidelijk gevalletje van zelfoverschatting en een ietwat te hoog tempo. Met een rustiger begin en lager tempo  hadden we vermoedelijk een betere tijd gehaald. Maar ja, ´jeugdig´ enthousiasme maakt fanatiek en da’s niet altijd verstandig. Kreeg die Phocasdame toch nog gelijk. Maar goed, alle begin is moeilijk en na zo’n vier keer met z’n tweeën in de boot te hebben getraind, mogen we toch eigenlijk helemaal niet klagen.

Het wachten op de tweede heat begint. Lekker gedoucht en wel, bootje afgeriggerd en opgeladen hangen we ontspannen rond. Het zit erop. Ook nog met een blik naar huis. Eerste en enige in de categorie HVA. Helaas nog wel weggeroeid door een aantal HVC ´ers maar we zitten er dicht bij en we komen er aan!

Het zit erop!

Bijna aan het vlot

De volgende dag zegt een collega op het werk, die geen flauw benul heeft wat zich gisteren op een kanaal in Almelo allemaal heeft afgespeeld: ´Wat heb jij een bruine kop! Wat heb je gedaan? Tsja, leg dat dan maar eens uit in een paar zinnen. Ik zal haar dit epistel maar eens laten lezen. Misschien dat ze dan begrijpt waarom roeien zo leuk is. Of zou ze dan denken dat roeien een sport voor gekken is?

© Foto’s: Familie van den Berg



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.