Weemoed

Lijden aan leven dat is hoe weemoed voelt

Het gaat even niet of het gaat net even wat te goed

Verlangen naar eerder of zwelgen in je gemoed

Geef het tijd en dan wordt het ongetwijfeld weer vloed

Contactgemis

Het gemis van dat wat er niet is
Wordt steeds sterker dit jaar
De afstand die groeit
Verder en verder raken we uit elkaar

Niet meer voelen
Niet meer ruiken
Niet meer omhelzen
We elkaar

Nabijheid staat op afstand
Verwaterd raakt ons contact

Ons mens-zijn neemt af
Door beeldscherm en app

Dat is de nieuwe werkelijkheid
Door dé gebeurtenis van het jaar

Als ik er niet meer ben

Als ik er niet meer ben
mag ik dan wonen in je hart
Denk je dan aan me
als je plezier hebt en bij smart

Blijf ik dan bij je
bij de beslissingen die je maakt
Voel je me dichtbij je
als je in je hart wordt geraakt

Kun je nog voelen
de arm waarop je zo graag lag
Zul je denken:
is er iemand die op me wacht

Als het noodlot ons tart
vergeet je me dan niet
Blijf ik dan geborgen in je hart
Ook als je me niet meer ziet

Vliegeren

Op winderige dagen met een strakke oostenwind toog ik vroeger geregeld op de fiets naar het park de Kruserbrink met een vlieger achterop de bagagedrager. Na wat testen hoeveel gewicht aan graspollen er aan de staart moest, rolde ik mijn eerste haspel vliegertouw af. Dat was mooi vliegertouw met wat katoen erin. Niet zo scherp als dat synthetische nylondraad. Ik denk dat er zo’n vijfhonderd meter op de houten haspel zat. Bij stabiel weer kwam dan haspel twee erbij. Een lelijk oranje synthetisch ding met een kilometer draad erop. Even de boel met een ringetje aan elkaar knopen en de eerste haspel koos het luchtruim. Als ik alles had afgerold, was de vlieger nog als een postzegel zo groot en raakte de draad nog net niet de grond. Als er dan een graspol van de staart was afgevallen, dan was ik de sjaak en de vlieger kwijt. Maar gelukkig gebeurde dat nooit. Nooit heb ik erbij stil gestaan wat er zou zijn gebeurd als er een hoogspanningsmast in de weg had gestaan…

Straatsport

Rinkelbal
Bijna elke middag in de zomer voetbalden we als jongens van de buurt op straat of op de grasveldjes in onze buurt. Het voetballen op straat was niet geheel zonder gevaar. Als onze bal soms de verkeerde richting uit ging en deze tegen het erg dunne enkele glas van het huis van onze oude buurvrouw terecht kwam, dan rinkelde de superdunne ruit soms wel een halve minuut lang in de sponningen van het oude arbeidershuisje maar brak deze gelukkig voor ons nooit.

Drolbal
Op de grasvelden in onze buurt was het altijd oppassen voor de hondedrollen die je daar geregeld vond. Het was nog de tijd van voor de schopjes en plastic zakjes. Het was altijd weer een kunst om man en bal ongeschonden uit de strijd te laten komen. Ook omdat er op het grasveld ook rozenperken geplant waren. En om de boel te beschermen had de gemeente, onze vriend, ook nog prikkeldraad om de rozenperken geplaatst. Alof de rozen alleen al niet scherp genoeg waren. Als de bal in zo’n perk kwam, kwamen bal en jij meestal niet ongeschonden uit de strijd.

Stoepranden
Een ander vermaak was met een bal de stoeprand aan de overkant van de straat raken en als je dan raak gooide, mocht je als een tennisser dichterbij komen en nogmaals proberen te scoren. Hoe dichterbij je kwam, hoe gemakkelijker je punten kon maken. Maar ook hoe gemakkelijker het voor de ander werd om de bal te pakken voordat ie jou weer bereikte. Dan had de ander weer de kans. Een soort serve en vollye met een voetbal. Hoe dichter bij elkaar de stoepranden, hoe beter het ging. Aan de andere kant van de J.C.J. Van Speykstraat liep een smal straatje wat daarvoor ideaal was. Alleen de bewoners daar waren denk ik niet zo blij met ons. Een bal in een tuin was toen nog echt wel een ding. Sommige bewoners zagen we nooit en vonden het denk ik wel best maar anderen zullen ons vermoedelijk wel eens vervloekt hebben. We zagen wel eens een vuist voor een raam. Dan was het tijd om te verkassen. Hadden ze de boel net netjes aangeharkt, kwamen wij weer langs….

De stiltecoupe

Ik zit in de stiltecoupe

Bij gebrek aan gesprek

stil en gedwee

Wie heeft dit verzonnen?

What the heck?

Schermpjes lichten op

Waar zijn ze mee begonnen?

Sla mij maar lek

Stemmen verstommen

Aan koptelefoons geen gebrek

Ik zit hier maar te brommen

Word langzaam gek

Hondekoppen nostalgie

In de jaren negentig van de vorige eeuw reed de NS nog met de zogenaamde ‘Hondekoppen’ op het traject Zwolle – Emmen. In die tijd, toen het reizen met de NS nog wel eens een avontuur was, wilde het materieel nog wel eens weigeren. Niet zo verwonderlijk, het materieel, luisterend naar de iconische NS-naam Mat. ‘54 was tenslotte ook al bijna 50 jaar oud. Dat kon dan wel eens tot bijzondere conversaties leiden over de boordintercom tussen de ‘meester’ en de conducteur en/of de passagiers.

Verstaanbaarheid intercom

Na een onverstaanbaar gemurmel over de geluidsinstallatie van de afgeschreven trein riep de conducteur (met lang haar tot op de schouders) de machinist op: “Meester, welk station riep u om, het was niet te verstaan”. De Meester antwoordde gevat in onvervalst Sallands over de ineens kraakheldere boordintercom: “Dan muj dat lange hoar es uut de oorn haaln.”

Hij doet het niet

Op een gegeven moment op een prachtige zomeravond stonden we met de trein eens lange tijd stil op station Ommen op weg naar Emmen. Iedereen vroeg zich af wat er aan de hand was. Op de vraag van de conducteur wat er aan de hand was, antwoordde de meester: “ij dut nie.” Vervolgens zagen we hem over het perron naar de andere kant van de trein lopen. Ineens reed de trein de verkeerde kant op. Mensen in paniek. De meester opnieuw over de intercom: “Ij dut ut weer. Rustig maar luu, wie goat niet noar Zwolle.” De machinist liep vervolgens weer rustig langs de trein, stapte weer in en daar gingen we weer.

‘Snelle machinist’

Zoals gewoonlijk in Zwolle werd de start van de trein vooraf gegaan door een mededeling van de machinist: “Voor u zal vandaag gaan rijden de snelste machinist van het rayon Zwolle. U kunt rekenen op een voorspoedige reis.” We waren het station nog niet uit of we hoorden drie belletjes van de ATB en bats, de trein ging vol op de rem. Zelfs de snelste machinist van Zwolle kon niet op tegen een rood sein. Toen we daarna wel konden rijden, gingen we met de maximum snelheid van 140 km per uur over het spoor en was ik serieus bang dat we op de wissel bij Mariënberg zouden ontsporen. Zo hard knalde de sneltrein daar over de wissel.

Bijzondere wissel

De sneltrein die bij Mariënberg altijd over de wissel ging, was sowieso een belevenis. Menigeen die op het balkon stond en zich niet goed vasthield, kon lelijk ten val komen als de sneltrein daar met hoge snelheid van spoor veranderde. Zo stond ik eens met de racefiets bij de overgang te wachten toen ik ineens iemand voor de ruiten van het balkon langs naar de grond zag verdwijnen.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mat_’54?wprov=sfti1

Naar school

In de tijd dat de Kastanjehof nog CNS De Lage Doelen heette, was de voetreis naar school een rustbrengende bezigheid waar je tegenwoordig waarschijnlijk al yoga voor nodig hebt. Auto’s waren ‘s ochtends om kwart over acht een relatieve zeldzaamheid. En zelfs fietsen zag je niet heel erg veel. Op het grasveld in onze straat, waar ik met de buurtjongens ‘s middags een balletje trapte, reed een grasmaaimachine van de gemeente de hondedrollen aan gort. Mijn route naar school stond al jaren vast. Langs het grasveld in onze straat naar de Witte de Withstraat waar de melkfabriek stond. linksaf het voetpad van de Witte De Withstraat op, langs de huisjes aan de andere kant van het grasveld dat dat gedeelte van de J.C.J. Van Speykstraat in tweeën brak. Aan de overkant van de straat, links naast de melkfabriek bevonden zich de Europa-garage en Jan de Boer Supermarkten door ons afgekort als: De Jan de Boer. Altijd liep ik aan de linkerkant van de weg over het voetpad van de Witte de Withstraat. Langs de huizen en de Petrakerk en daarna het gemeentehuis voorbij. Rechts van de weg bevond zich geen bebouwing maar een groot weiland middenin het centrum van Hardenberg. Daar waar nu de Spinde is. Op het weiland liepen een paar pony’s. Achter het weiland J. Bruins en Zn mengvoeders met de bekende gele Mercedesvrachtwagens met JB op de deuren. Ik passeer het carrillion. Bij de winkel van Vasse steek ik de weg over en loop de Koppellaan in. Aan het eind van de Koppellaan steek ik de weg over naar de achteringang van de CNS de Lage Doelen. Op het schoolplein branden knikkers in mijn zak. Nog snel even proberen wat te winnen in de schaduw van de prachtige paardekastanjes voordat we in de rij worden geroepen door de meester voor een nieuwe dag op school.

https://hardenberg.mijnstadmijndorp.nl/collecties/historische-vereniging-hardenberg-fotocollectie/hv101049-firma-bruins-aan-de

Hooien

Hardenbergerveld zo’n 35 jaar geleden

Op een bloedhete, drukkende dag brandt de zon ongenadig fel op mijn hoofd. Binnen de kortste keren voel ik dat ik aan het verbranden ben. Ik heb tenslotte een heel gevoelige huid. Licht duizelig door het felle licht van de zon zit ik op de stalen beschermkamp van een trekkerwiel met om mij heen een stalen buis zodat ik er niet af val. De Deutz trekker waar mijn neef en ik op zitten, trekt drie platte karren achter zich aan. Voor ons liggen pakken hooi klaar en achter ons worden de pakken op de wagens gestapeld door mijn andere neven, mijn oom en een paar goed bevriende buren. Ze zweten allemaal als otters. De geur van vers hooi hangt onmiskenbaar om ons heen. De hele atmosfeer is erdoor verzadigd. Langzaam vullen de platte wagens zich met pakken hooi. De trekker rijdt stapvoets in de vierde versnelling. “Dat kan bij een trekker”, vertelt mijn neef. Er is onweer voorspeld dus de mannen op de grond werken hard om het hooi voor de bui binnen te krijgen. Als het laatste pak op de wagen wordt gehesen, klimmen we vlug op het hooi en dan gaan we snel naar de boerderij. Het werk is nog niet gedaan want het hooi moet nog in de schuur worden geladen. Het zweet druipt de mannen van de neus. Met een laatste krachtsinspanning bereikt het hooi zijn bestemming. Een koele douche en en een welverdiende fles bier staan in de boerderij op de mannen te wachten.

Hardenberg – Een zondagochtend in 1980

Een stille zondagochtend. De klok slaat elf. De koffie met gekookte melk is op. Mijn vader staat op en loopt naar de kapstok en doet zijn jas aan. “Goaj met?”, vraagt hij mij. “Ja”, zeg ik.

We lopen over de stoep voor ons huis, over grijze 30 bij 30 tegels. Aan het begin van de straat slaan we rechtsaf en dan nog zo’n 100 meter door over het tegelpad langs de Witte de Withstraat. Bij een rijtje bomen aan onze linkerhand loopt door het perk een anderhalve meter lang paadje. Mijn vaders paadje. Net voor een van de bomen langs. Mijn vader heeft dat paadje al duizenden malen gelopen en zelfs de schoffelaars van de gemeentewerken hebben het schoffelen daar opgegeven na ik weet niet hoeveel jaren volhouden. Het paadje is ideaal gesitueerd. Je kunt vanaf het paadje maximaal de bocht omkijken naar rechts in de richting van cafetaria Brinkman en de andere kant op in de richting van supermarkt Jan de Boer.

We steken diagonaal de straat over. Met een zwaai waar een gymnast op het paard jaloers op zou worden en een hand op een van de staanders van het hek zwaait mijn vader zijn lange benen soepel over het hek. Het kost mij iets meer moeite want ik ben nog niet zo groot en lenig. Ik moet een been op het hek zetten en maak de sprong. Mijn vader lacht. Hij is 56 maar nog steeds slank, lenig en sterk.

We lopen richting het ketelhuis vlakbij het huis van de directeur. Soms staat hij buiten op zijn klompen en groet hij ons. Mijn vader haalt de sleutel uit een open sleutelkast. Diefstal en inbraak zijn nog ver weg. We stappen naar binnen.

Er hangt een lichte olie- en smeerlucht in de ruimte. We volgen een vast ritueel. Ik mag de gaskraan openen. Een polsdikke stang die rechtop staat moet naar beneden worden bewogen. Vervolgens zet ik met een draai aan een zwart bakelieten knop op het schakelbord stoomketel 1 in werking. Met een hoog gierend geluid begint de ketel met z’n werk. Naast de ketel staat z’n kleinere olie-broertje. Zo nu en dan gaat die nog aan als z’n grote broer onderhoud nodig heeft. Buiten staan daarvoor twee olietanks. Zoals veel dingen in de fabriek dubbel uitgevoerd. We kijken door het kijkglas van de ketel en zien het vuur branden.

Door de zijdeur van het ketelhuis gaan we de grote fabriekshal in. We lopen langs de centrifuges, de pasteurs en de twee grote boterkarnen. Elke week houdt mijn vader een vat van vijf liter onder een van de karnen voor de lekkerste en verste karnemelk van het land. Hier wordt nog op de ouderwetse manier manier boter gemaakt van aangezuurde room. Dat betekent ook echte karnemelk. Voor ons geen aangezuurde ondermelk zonder smaak die in de winkel voor karnemelk doorgaat. Hier wordt nog echte boter en echte karnemelk van aangezuurde room gemaakt.

Bij de twee stilstaande karnen gaan we de roestvaststalen trappen op die ons ons naar het plafond van de hoge fabriekshal leiden en door een deur komen we in het roomlokaal terecht. Beneden in het roomlokaal controleren we de temperatuur van de room. De aangezuurde room wordt nu eerst een paar uur opgewarmd door warm water uit de stoomketel en daarna gekoeld door het koelwater. We gaan een stenen trap op naar een bordes. Daar kun je via een mangat boven in de roomtanks kijken. Mijn vader opent een mangat en we zien de room liggen. Niet te dichtbij want als je erin valt, dan heb je een groot probleem. Langs een andere stenen trap gaan we naar beneden en komen we uit bij het melklokaal waar ook de bak met koelwater staat. Water stroomt uit een buis in het metalen bassin. Mijn vader houdt zijn hand in de straal om de temperatuur van het water te voelen. Koud genoeg. Alles is nu klaar. De room wordt nu automatisch opgewarmd tot 19 graden en ‘s middags teruggekoeld tot 16 graden zodat er op maandagochtend aangezuurde room is waar mee kan worden gewerkt.

Nu nog een rondje door de fabriek om in alle rust te kijken hoe alles er bij staat. Na een kijkje in de kelders met grote waterbassins gaan we weer naar de fabriekshal met de torenhoge melktanks. Uit de verte hoor ik zacht geruis vanaf de straat. Maar vooral valt het me op hoe stil het hier is. We sluiten de fabriek weer af, bergen de sleutel op en springen over het hek. Op naar de soep die zoals elke zondagmiddag voor ons klaar staat.

Als in een droom… (2)

Het is diep in de nacht. Ik rijd in mijn auto over een lange, verlaten landweg. De maan schijnt met lange, zilveren stralen. Ik rijd en rijd. Er lijkt geen eind te komen aan de weg voor mij die zich door een eindeloze rij bomen van een Fins woud boort.

Ik val steeds bijna ik slaap en schrik dan net op tijd wakker. Soms vallen mijn ogen dicht en rijd ik een stukje met de ogen dicht. Dan schrik ik weer voor even wakker.

Ik voel nog net dat ik in slaap val maar ik kan het niet meer tegen houden. Een tijdlang zweef ik bijna gedachteloos rond. Tot het moment dat ik wakker schrik achter het stuur en voel dat ik met hoge snelheid val. Ik ben in een ravijn gereden. Ik word hijgend wakker en constateer dat ik in mijn bed lig.

Als in een droom…

Ik ren door een lange straat. De zon blakert er op los op deze mooie dag. Om mij heen brokkelen muren langzaam af. De schade is nog vers. Voor mij uit rent mijn beste vriend. Zoals altijd sneller dan ik. Onaantastbaar bewegen we snel en onbezorgd door de gehavende straat. Licht schijnt door vensters zonder glas. Gaten in brokkelende muren laten de zon door, geven doorzichtjes op achtertuinen en huizen. We lijken te zweven in de tijd.

Een schot klinkt en ricochetteert jammerend weg in de verte. We zweven niet meer. Mijn vriend begint te zigzaggen en zonder dat ik het me besef doe ik dat ook. Het gaat als vanzelf. Mijn ogen zoeken naar een schuilplaats en vinden die. Ik moet mijn snelheid verminderen en dat maakt me kwetsbaar. Mijn beste vriend zigzagt door. Hij is slechter af dan ik. Hij moet door over een verlaten plein onder de helse zon. Opnieuw klinkt een schot…

Op het station

Lopende zeeën van mensen
Onderweg wacht hen de reis
Wat zouden ze allemaal wensen
Snel naar huis, met of zonder vervoersbewijs

Een seconde te laat
Zal het nooit meer hetzelfde zijn
Kruispunten in levens
Wissels op sporen
Treinen wachten gehaast

Trappen lopen traag
Tieners turen op mobiels
Vervangend treinvervoer en extra reistijd
Roept de omroepster vaag
Ik tel het beton, biels na biels

Tussen reclames vliegt een kauw
Tussen lampen, glas en staal klinkt gekra
Komt die trein nu al gauw?
Is het eind al in zicht? weldra

Gestopt of net begonnen?
De een nog fris
De ander geeft zich gewonnen,
Bekaf
De mens blijft reizen
van de wieg tot aan het graf

De Stadshaas

‘s Ochtends vroeg dwarrelt hij voor me uit
Hij leidt me dwars door de wijk
De stadshaas is een vrolijk hopsende guit
Hij toont me zijn achterwerk en kijk:
 
een blik achterom of ik nog wel volg
En ja ik moet wel achter hem aan
Iets van oorzaak en gevolg
Kijk ‘m toch eens gaan
 
De stadshaas heeft geen haast
Hij kent de wijk en deze straten als geen ander
Hij loopt rond als is hij hier de baas
Wij kennen elkaar of is het elkander
 
De stadshaas en ik 
We zien elkaar wel weer!
 

Boerenprotest

Update: de link naar het bericht is inmiddels achterhaald maar het thema niet. De boeren zijn onlangs in hun eigen val gestapt: Doordat het melkquotum stopte, besloten heel wat boeren om aan schaalvergroting te doen. De voorbereidingen hiervoor waren al meer dan een jaar lang in het landschap te zien. Meer koeien, meer melk, meer geld, was denk ik de gedachte. Helaas werkt het economisch niet zo: meer koeien, meer melk -> lagere melkprijs. Gevolg:  de kleine boeren krijgen het nog moeilijker krijgen dan ze het al hadden. Die hebben nu nog twee mogelijkheden: een niche zoeken of ook doen aan schaalvergroting. Straks blijven alleen nog ‘zuivelfabriekboerderijen’  en de boeren die iets bijzonders doen met hun product over. En de zuivelmolochen en inkoopcombinaties zien dit allemaal met liefde komen. Ze krijgen nu nog meer macht om de boer maximaal uit te knijpen.

oude bericht:

Ik ben het niet altijd met hun manier van aktievoeren eens, maar ik heb zo langzamerhand wel veel begrip voor de positie van boeren in ons land. Door de zogenaamde marktwerking krijgen ze gewoon geen faire prijs meer voor hun producten. Nu is het weer de melk maar het kan net zo goed de prijs van de suikerbiet, graan, mais,veevoeder of weet ik veel zijn. Door de overheid zijn de boeren in hun bedrijfsvoering de afgelopen jaren al aan allerlei kanten ingeperkt voor het milieu.

En nu zijn het weer de grote inkoopcombinaties van de supermarkten en de zuivelmolochen die grote winsten moeten draaien voor hun aandeelhouders en die zodoende de boeren dwars zitten. En hoezo marktwerking? Het aantal zuivelbedrijven in Nederland is tegenwoordig zo’n beetje op de vingers van twee handen te tellen en met de inkoopcombinaties is het niet veel beter. Er wordt wel gesproken over wereldwijze melkprijzen maar het is maar de vraag wie er wereldwijd de belangrijkste vinger in de pap heeft en of het reëel is om melkprijzen wereldwijd vast te stellen. In ontwikkelingslanden hebben ze geen mestquota en andere moeilijke regelingen die de productie lastig maken. Daar kan geen Europese boer tegenaan produceren. Bovendien is het wel opvallend dat de boeren als producenten wel minder betaald krijgen maar de melkprijs in de supermarkt amper omlaag gaat. Dat betekent gewoon dat de zuivelmolochen en inkoopcombinaties grotere percentages pakken waardoor de verkoopprijs niet daalt. Zo wordt de zogenaamde markwerking om zeep geholpen en de boeren zijn weer eens de dupe.

Het is zo langzamerhand nog een wonder dat er nog mensen zijn die het boerenvak in ons land willen uitoefenen. We moeten zuinig zijn op onze boeren. Ze konden in de toekomst met de almaar uitdijende wereldbevolking nog wel eens van onschatbare waarde zijn als er oorlogen komen om voedsel. Dan is het nog maar de vraag of er landen zijn die ons land van voedsel willen voorzien. Want laten we niet vergeten dat onze 17 miljoen inwoners al lang niet meer kunnen leven van wat de akkers die er in ons land nog over zijn (de rest is bebouwd of natuur). Nederland is al decennia lang voor een behoorlijk deel van haar voedsel afhankelijk van voedselimport.

Het zal me niet verbazen dat we de komende weken door de acties geen melk meer kunnen drinken en daar moeten we dan niet de boeren voor verantwoordelijk stellen maar de politiek, de zuivelbonzen en de grote inkoopcombinaties die het zover hebben laten komen en de boer geen droog brood meer in de mond gunnen.

Jas van mij

jij jas om in te wonen
elke dag droeg ik je
behalve als je weg was
om je te laten stomen

Van spijker was je gemaakt
je was zwart met een groene kraag
alleen werd je jammer genoeg gekraakt

Moest ik naar huis zonder mijn favoriete shell
door de regen en kou
wat een hel

Ik miste je zachte binnenkant
unieke kleuren en mooie vormen
en dat doe ik nog elke dag

Gestolen
gewoon omdat het kon
niet omdat het mag
jij die altijd scheen in de zon

waar ben je gebleven
in wiens kast hang je
of ben je allang gegooid
op de vuilnisbelt van het leven

lig je bij het leger des heils
of ben je nu een poetsdoek
of ben je nu die zwabber in de hoek
waar ben je gebleven?

Zoals jij vind ik er nooit weer een
jij die voorgoed verdween

De huidige crisis = een lesje economie

De huidige crisis laat voor het eerst in onze jaartelling echt zien hoe ons economische systeem ons de afgrond in kan werken. Maar als we alles goed op een rij zetten, dan hadden we het al meer dan twintig jaar aan kunnen zien komen. Ons huidige economische systeem heeft alles te maken met de waarde van tastbare maar vooral ontastbare dingen. En waarde is dan de waarde die mensen er aan gegeven hebben. Ons huidige economische systeem is gebaseerd op een soort drijfzand.

De laatste twintig jaar zijn vooral zaken die eigenlijk geen intrinsieke waarde hebben, veel waard geworden. Merken, vertrouwen, aandelen, futures et cetera. De waarde van zaken die wel een intrinsieke waarde hebben, is juist afgenomen. De ‘gebakken lucht’ in onze economie is als het ware toegenomen. Als het daar bij was gebleven, dan zou dat nog tot daar aan toe geweest zijn. Maar als we echt willen weten, hoe het zit, moeten we verder naar de basis: onze economische standaard.

Onze huidige economische standaard is de zogenaamde papieren standaard. Dit betekent dat er meer geld in omloop is dan er goud bij de Nederlandse bank op voorraad is. Je hebt dus eigenlijk niet voldoende tegenwaarde voor al het geld dat er in omloop is. Dat hoeft ook niet, zeggen financieel specialisten, want we hebben veel zaken zoals onroerend goed, bedrijven, merken, aandelen, mensen, machines, voorraden, grondstoffen etc. en die tezamen vormen de tegenwaarde voor al dat geld. Het punt is alleen dat we zelfs geen papieren standaard meer hebben maar een electronische. Als iedereen vandaag naar de geldautomaat zou gaan en z’n geld zou opnemen, dan zouden we niet genoeg geld hebben. Het is dus beter te spreken van een electronische standaard. Goed beschouwd is er nog maar weinig geld in omloop. Eigenlijk is het meer een kwestie van nullen en eenen die van de ene bankrekening op de andere gestort worden en daar een saldo vormen wat ook weer uit nullen en enen bestaat. Fysiek geld is er nog maar weinig. Zo te zien lijkt er op de eerste blik nog helemaal niks mis. Maar niets is minder waar. De waarde van ons geld hangt namelijk voor een groot gedeelte af van het vertrouwen wat wij hebben in het bovenstaande systeem.

Jarenlang waren banken zo’n beetje de enige bedrijven waar mensen blindelings vertrouwen in hadden. Het kwam maar weinig voor dat banken faiiliet gingen en als ze dat al gingen dan kregen consumenten meestal toch wel hun tegoeden weer terug. De banken zorgden voor de buffer die wij nodig hadden om het systeem te kunnen vertrouwen. Nu de laatste tijd grote banken door financieel wanbeheer (het lenen van geld aan niet kredietwaardige mensen om zodoende dikke bonussen op te strijken) failliet gaan, dondert de hele keten in elkaar. De ene bank heeft namelijk de andere geld geleend maar kan er niet meer op vertrouwen dat de bank waaraan zij het geld geleend hebben, gaat terug betalen. Daarmee valt het vertrouwen wat mensen hebben in die bank weg en daalt de beurswaarde van deze bank. De bank moet een stapje terug doen, keert geen kredieten meer uit en langzamerhand wordt zo het gehele vertrouwen van mensen in de economie weggezogen. En zonder vertrouwen worden dingen minder waard en houden mensen het geld in de knip. Het is eigenlijk een self fulfilling prophecy. Een neerwaardse dubbele helix. En zo kan het zijn, dat het kapitalistische systeem zichzelf de nek omdraait. Maar we hadden er op kunnen wachten dat dit een keer ging gebeuren. Er werd in de financiële wereld zo belachelijk veel geld verdiend (geld dat geen achterliggende reële waarde had), dat moest wel een keer mis gaan. Zonder vertrouwen is geld niets waard. Dus als we allemaal maar de hand op de knip houden en ons huidige economische systeem niet vertrouwen, dan blijft ons geld niets waard en kunnen we wel inpakken. Zelfs de intrinsieke waarde van dingen doet er niet meer toe. Onze gebakken lucht was namelijk vele malen meer waard dan de intrinsieke waarde van dingen. Nu beurskoersen verdampen en bedrijven plotseling een fractie waard zijn van wat ze voorheen waard waren, blijkt de intrinsieke waarde van de bedrijven (gebouwen, materialen etc) geen rol van belang meer te spelen. Die vallen in het niet doordat de waarde van aandelen van een dergelijk bedrijf zijn gekelderd.

Daar komt nog bij dat geld eigenlijk niets meer is. Het is het geheel van nullen en enen waarvan we met elkaar afgesproken hebben dat het wat waard is. Een echt ruilmiddel is het niet meer. Geld gaat voornamelijk electronisch de wereld rond en het is ronduit vreemd dat we na wat electronisch gehandel denken dat we meer geld hebben. Eigenlijk heb je als consument niets anders dan een inlogcode en vertrouwen van de bank gekregen en zegt de bank tegen jou dat dat geld is. Maar eigenlijk is je saldo op de bank niet meer dan een paar cijfers die van de een naar de ander over kunnen gaan. Dat maakt ook dat als het vertrouwen wegvalt, dat de waarde van die getallen minder waard wordt. Theoretisch zou het zo moeten zijn, dat als iets minder waard wordt, het goedkoper wordt. Dat is echter niet het geval. Bedrijven worden minder waard maar hun producten blijven even duur. Dat is toch op z’n minst vreemd te noemen. Al met al maakt het theoretisch (zolang je je baan houdt) dus eigenlijk niet zo veel uit, tenzij je veel aandelen hebt, dan verlies je op dit moment (heel) veel geld. Je kunt voor je geld nog steeds hetzelfde kopen alhoewel ook de geldontwaarding (inflatie) toe zal nemen en dat merk je natuurlijk wel.

De overheid speelt in het bovenstaande geheel een uiterst merkwaardige rol. Zij probeert met extern geleend geld (die miljarden heeft de overheid echt niet op de plank liggen) banken overeind te houden. Als die banken alsnog onderuit gaan, (en dat gevaar is niet irreëel) dan begrijpt u natuurlijk wel wie dat gaat betalen. Uiteindelijk zijn eerlijke hardwerkende mensen altijd nog het meest de klos. De mensen die miljoenen verliezen, hadden sowieso al te veel. Daar hoeven we dus geen medelijden mee te hebben. Blijft over dat de belastingbetaler deze bedragen zal moeten opbrengen. Het is dus maar te hopen dat de banken inderdaad overeind blijven (en daarvoor moeten we hen ons vertrouwen geven (whatever that may be….) zodat ze geld waard blijven en een goede beurskoers houden. Maar eigenlijk is dat gewoon onzin. Of een bank wel of niet overeind blijft, hangt maar van twee dingen af.

  1. in hoeverre is de bank betrokken bij zaken waarbij veel risico genomen is of wordt, bijv. hypotheekkapitaal op de amerikaanse markt.

  2. in hoeverre de overheid bereid is om de bank overeind te houden.

Het is dus maar te hopen dat Nederlandse banken zich verre gehouden hebben van de Amerikaanse markt waar wel heel erg veel geld in omloop is zonder reële tegenwaarde. Geleend geld wat niet terugbetaald wordt, verdampt. Het is er niet want de mensen aan wie het geleend is, kunnen het niet betalen en hun onderpand is niet voldoende waard door dalende huizenprijzen. Als je maar genoeg kredieten aan onbetrouwbare lui verstrekt, dan ga je dus failliet omdat je geen inkomsten of te weinig inkomsten hebt. De bank die garant stond voor deze bank, krijg z’n geld ook niet en zo kan het komen dat de banken de een na de ander failliet gaan en het onderliggende geld laten verdampen. Uiteindelijk zou je kunnen zeggen dat deze crisis veroorzaakt is door teveel vertrouwen. Vertrouwen dat er wel betaald zou gaan worden (tegen beter weten in). Nu dat niet gebeurt, trekken Amerikaanse banken de hele Amerikaanse economie en de wereld in hun val mee. dit geeft de zwakte van ons systeem aan. Het vertrouwen in  Amerika valt weg en gelijk vertrouwt niemand elkaar meer, beurskoersen klappen in want als jij mij niet meer vertrouwt, vertrouw ik jou ook niet meer. Geld wordt minder waard en mensen raken het vertrouwen in geld en het economisch systeem kwijt. Met recht een self fulfilling prophecy. Wat ik nu niet snap is dat al die knappe koppen in de wereld aan dit hele fenomeen nog nooit wat hebben kunnen doen. Dit achterhaalde slappe economische systeem had allang vervangen moeten worden. Het nodigt uit tot misbruik en geeft allang geen reële voorstelling van zaken in de wereld meer.

Weemoedig mooi weer

In lang vervlogen dagen droomde ik van een baan in de buitenlucht. Zittend in een klaslokaal met hoge muren stelde ik me altijd blauwe luchten en witte wolken voor. De romanticus in mij was geboren.

Natuurlijk wist ik dat er ook kou, regen en sneeuw buiten waren en dat die minstens zoveel tijd kregen als het prachtige, zonnige weer uit mijn dromen.

Toch bekruipt me nog steeds zodra ik de zon buiten zie schijnen dat gevoel van toen. Waarom zit ik toch altijd binnen met mooi weer? Zou een baan buiten toch beter zijn geweest?

Bij regen en kou draai ik om als een blad aan de boom. Lekker behaaglijk binnen, geen kou en nattigheid. Wat ben ik dan blij dat ik nooit voor een ‘buiten’ baan heb gekozen. Bij een kop hete chocomelk tel ik mijn zegeningen.

Tot het moment dat de zon weer gaat schijnen….

Vidrus Fluvius (Overijsselse Vecht)

De Maan licht zilverwit de toppen van de golven
om en om slaan ze voorover
raken onder elkaar bedolven
geven zich gewonnen aan de zwaartekracht
in een eeuwig durende beweging
ogenschijnlijk zonder macht

Golf en tegengolf
koppen gevuld met schuim
rollen over elkaar heen
het woelige water buist
tegen mijn bootje
dicht langs mijn been

Ik houd me met moeite staande
tussen al dit geweld
en denk terug aan Vidrus Fluvius
in de zomer
een zacht kabbelende rivier
zonder de kracht van smelt

Vidrus Fluvius kijkt niet om
Glad en rimpelloos
stroomt ze vandaag weer rustig vooruit
Als een rustig dorp op zondag gaat ze
geruisloos aan mij voorbij
het water raakt niet op
Vidrus Fluvius gaat nooit uit

Een inktzwarte hemel

Een inktzwarte hemel
vormt mijn perspectief
Ik kijk naar de einder
En zie de troosteloosheid
van ons bestaan

Als ik met mijn ogen de duisternis doorklief
Is er bijna niets wat ik zie
Zware wolken drijven voorbij
Zie ze gaan ‘under a dark black sky’
Leven in een waan

Op een kruispunt in mijn duister sta jij
Een lichtpunt, helder stralend
Als enige troost in een lege vallei
Spontaan maar nooit voldaan
Ach, bleef je maar hier bij mij
Maar zoals zo vaak
Moest ook jij weer gaan

De gedachte aan je lach, je geluid, je gezicht
Doet me bijna stikken
Ik wou dat je hier was
Ik stel me voor dat je naast me ligt
Ik zie je voor me maar je bent er niet
Wat een vreugdeloze toestand
Onbeschrijfbaar is het verdriet

In mijn dromen zie ik je slapen
in alle rust
Mijn liefde voor jou is als scharlaken
Diep, rood en intensief
Ik zou niets liever willen
Dan naast je ontwaken
Dat je me wakker kust
Bedankt dat je er was, mijn lief.

Wanneer wanneer wanneer wanneer wanneer

Als je weer eens tot twee uur ‘s nachts achter je computer zit
als de kat in de gordijnen zit
als de hond weer eens in de tuin heeft gespit
als je denkt: ik voel me niet fit
als je in de problemen zit
als je douche oranje is in plaats van zwart met wit
als je auto eruit ziet als de binnenkant van een kolenkit
als je weer eens aan het typen bent en denkt: ook dit wordt weer geen hit

Wanneer wanneer wanneer wanneer

kom je los van al je banden
heb je eindelijk eens niets meer voorhanden
hoef je niet te knarsetanden
druipt het vocht eens niet langs de wanden
dreigt je leven niet te verzanden
ben je niet meer bang om je te branden
heb je geen last meer van zuurbranden
hoef je niet meer op zoek naar verre landen

Wanneer wanneer wanneer

raak ik eindelijk eens verlost van mijn jeuk
stoor ik me niet meer aan een andermans gebeuk
Lig ik weer eens ouderwets in een deuk
Heb ik eindelijk eens plezier van mijn goede reuk
hoor ik weer eens een goede spreuk
leer ik eindelijk eens strijken zonder kreuk
heb ik geen last meer van mijn eigen meuk
is mijn leven gewoon weer eens leuk

Wanneer wanneer

Leer ik gewoonweg meer te genieten
hoef ik niet meer op te schieten
lust ik eindelijk weer eens rode bieten
regent het eens gewoon in plaats van altijd maar te gieten
houd ik eens op met zwartepieten
leer ik van oude riten
leer ik de betekenis van het woord kuiltje(s)schieten
Of zou ik nu doorschieten?

Wanneer

houd ik eens op met mezelf te vergelijken
ga ik anders naar de mensen kijken
stop ik met ergens op te lijken
ben ik mezelf en laat dat blijken
hoeven de armen niet meer voor de rijken te wijken
is er geen voorbeeld meer om me aan te ijken
ziet iets eruit zoals het doet, het hoeft niet eens te lijken
is alles zoals het is, en valt er niets meer te zeiken

Foto’s waddentrip

Grijs

Een grijze leegte
Een vlakte van oog tot oog
Zo ver als de horizon reikt
Geen stip geen lijn geen omtrek
Er is niets wat er hoort te zijn
Het is leeg

Een grijze omgeving
Zonder plek van mij
Geen beschutting
Een grote ruimte
Die van niemand blijkt te zijn

Ik sta erin en kijk er naar
Maar mijn figuur derangeert
Niemand hoort hier thuis
In deze wereld van grijs en gruis
Ik verdwijn onzichtbaar
In achtergrondruis

Lucide

Een staat van wakend slapen
je bent er wel maar toch ook niet
je ziet wat je droomt
tegelijkertijd besef  je:
dit kan niet.

Je slaapt in je droom
of was het net andersom
Je weet dat het niet echt is
maar toch kom je niet bij
uit die woeste razernij

Je bent een oneironaut
niet wakker maar wel bewust
een reiziger in je eigen droom
die pas thuis komt
bij het ontwaken
Lucide, wat een prachtig fantoom.

Dank je…

Langzaam voel ik de warmte

Stromen over mijn gezicht
Mijn huidtemperatuur stijgt
de bron draait aan het firmament
Mijn hele lichaam in het felle licht

Zinderende hitte is overal
Ik voel de warmte stijgen, kringelen
Mijn eigen kleine thermiek

Ergens intern
Slaat de koeling aan
Maar ze helpt geen fluit
Mijn poriën openen zich langzaam
Druppels water ontstaan
Op mijn warme huid

Langzaam doet Maillard zijn werk
het wordt me te warm
Ik ga weg vanonder het zwerk

Toch wist ik
dat ik vanaf dat moment
nooit meer zonder je kon
Wat zou ik moeten
Zonder jou
Dank je

Zon

Tristan & Isolde


Een liefde die niet mocht zijn

zij was niet van hem
en hij niet van haar
niet een- maar tweemaal
troffen zij elkaar
door het toeval maar
toeval bestaat niet
helaas, het was al te laat
in hun beider armen
vond de liefde het paar

De liefde had haar slag geslagen
en voor elk werd hierdoor
een nieuw pad ingeslagen
Zij was al lang verzegd
bij hem was er echter
nog niets vastgelegd

Bijna was hij verslagen
iedereen waande hem dood
maar niet de vrouw
bij wie zijn liefde ontsproot

Door haar goede zorgen
voelde hij zich geborgen
maar ja, hij was soldaat
in het verkeerde kamp
hij was de vijand
Het gevoel was er
alleen het verstand
zat in de weg
pech pech pech

Ze wisten beiden
dat het niet kon zijn
hij ging daarop van haar
op weg op weg naar huis
waar dat was
wist hij niet meer
de man zonder thuis

ze bleef naar hem kijken
verdwijnend in zijn bootje
als een stipje zo klein
op haar netvlies
was zijn beeltenis geschreven
ze zou hem altijd missen
elke dag van haar leven
bij het wassen, bij het vissen

Als hij is in Cornwall terugkeert, is de vreugde groot
Een snood en sinister plan wordt gesmeed
een toernooi voor de vrede
de winnaar krijgt de dochter van Donnechad
Dat dat Isolde is,
blijft voor Tristan verborgen achter een rad

Tristan neemt deel en wint en vraagt zich af
wie is dat toch achter dat gespint
Isolde lacht hem toe vanachter haar veil
maar niet voor lang
want helaas brengt de strijd Tristan geen heil
Die heil is voor zijn broodheer de heer Marke
die trouwt namelijk Isolde en zorgt voor haar kroning
want Tristan is zijn ondergeschikte
en de trofee behoort niet hem maar zijn koning
zo ontgaat hem zijn beloning

Dit stopt de geliefden echter niet
en ze blijven elkaar ontmoeten
op geheime plaatsen
Wat ligt er voor hen in het verschiet
als ze daar worden ontdekt
tussen pijpestrootje en riet?

Als Tristan moet strijden tegen de Ier
raakt hij ernstig gewond
hij zakt in elkaar
bij een oude brug van een Romeinse pionier
Hij is nu voor even weer bij zijn Isolde
in wiens armen hij graag nog langer had gelegen
voordat zijn leven stolde

Inspiratie: Tristan & Ilsolde

fata morgana

leven in een droom
alles zoals je het wenst
liefde, geluk, wijsheid
een oneindige geldstroom
alles wat je hartje begeert
leven in een fantoom

het geluk wat je elke morgen wakker kust
die schoonheid die je hebt gekregen
maar niet hebt verdiend
kijkt je aan en stelt je gerust
wat is het toch heerlijk om te leven in dromen
en te genieten van iemand die je van al het goede bedient
te leven, heel bewust, je hebt het verdiend

maar hoe werkelijk is die fantoom
is het allemaal maar fantasie
kun je werkelijk leven als in een droom
genietend van het nu terwijl je beseft
dat je niets beter bent dan de rest

hoe kwetsbaar blijkt je geluk
als je bemerkt hoe afneembaar het is
met schone schijn bestijg je geen toppen
is er geen hart meer wat gaat kloppen
hoe eenzaam kan het zijn
als je samen geen een maar alleen blijkt
de liefde bezwijkt
zonder moeite bestijgt je liefde geen toppen
blijkt er ineens niets meer van te kloppen
van je prachtige fantoom
je wordt wakker
uit een zeldzaam prachtige droom

Wat voor dag is vandaag?

 

Bron van het levenDe dag dat alles anders zal worden
dat de wereld zal veranderen,
zich anders gaat vormen
is dat vandaag?
of is dat morgen?

Morgen vind je het geluk
Maar vandaag  stort je je ongeluk
op de stortplaats van je dromen
waar je alles kunt achterlaten
behalve dat wat gaat komen
want dat komt morgen

Vandaag  treft je het ongeluk
Je band gaat lek
Je maakt een fout
je komt te laat
en als dan tot overmaat van ramp
je beste vriend overlijdt
dan is je dag helemaal stuk

Wat voor dag is vandaag?
Zonder jou in mijn gedachten
kan ik niet leven
Mijn liefde
al is het maar voor even
zonder je adem
stik ik
leef ik nog geen dag
dank je voor elk moment
dat ik je liefhebben mag.

Inspiratie: What a day is today, Teun Luijkx, A’dam en E.V.A.

Katten aan bandjes

Daar wandelt ze
frank en vrij
hé, ga eens uit mijn tuin
dit hier is van mij
ze kijkt naar mij
met een blik van puin
Ze lijkt te denken
ik heb schijt aan jou en je tuin
en ik zal je dat laten merken

De zoveelste drol is mijn deel
we kunnen weer aan het werk
met de schop met de korte steel
waarom moeten zo’n beest eigenlijk naar buiten
ze schijten altijd in een ander z’n tuin,  de schavuiten

Nee dan zie ik ze liever aan de lijn
velen vinden dat bespottelijk
maar waarom zou dat eigenlijk zo zijn?
een hond mag niet meer los
maar een kat mag doen wat ie wil en
heb je een tuin, dan ben je de klos.

Het is alleen wel wat sneu
een kat aangelijnd op een hondenpoepveld
continu de reuk van de vijand
een agressieve reu
in plaats van gras plantte men beter rozen
die schijnen in die poep goed te kunnen verpozen
zonder doornen  zo diervriendelijk zijn we wel
want voor je het weet heb je een instantie op je dak
en in de krant een vette rel.

snel weg flirt

De A zoveel, een bijna lege weg
rijden tot zelfs aan de einder een eind lijkt te komen
rijden, verder weg
dan in je stoutste dromen
Landschap trekt voorbij
een wei, een hek, een heg.

Een auto zoeft voorbij
jij kijkt naar links
zij kijkt naar rechts
je ziet elkaar in een flits
hé, wat  leuk dat ik je hier tref
en wat een leuke lach
je bent iemand die er zijn mag

Haar auto gaat naar rechts
Mindert ze nu vaart of gebeurt dat slechts
in mijn verbeelding en in mijn hoofd
nee, verrek het is  nog net geen remmen
het zal toch niet, nee, nou ja, toch maar
er verschijnt een idee op mijn netvlies
maar ik weet het nog even te temmen
het is toch een beetje raar.

Hmm, haar snelheid begint nu wel opvallend te dalen
zou het nu toch of beginnen mijn gedachten af te dwalen
och, wat kan het schelen, we gaan er gewoon voorbij
en ja hoor, weer een stralende lach van opzij
vervolgens weer  kilometerslang plakken
zij is aan de beurt, eens kijken hoe ze dat aan gaat pakken.

Ha, nu is blijkbaar de lol er af.
Ze racet voorbij en kijkt niet meer opzij.
Ze heeft het schijnbaar druk
kan niet meer wachten op mij
ze gaat veel te snel
maakt meters zonder maatstaf
ze gelooft het nu wel
deze snel, weg, flirt slaat af
voordat je het weet
verwaaid als een mooie lucht
ik sta paf.