Op een Gronings terras
Laag bij de grond,
gras tussen klinkers,
gelardeerd met wat peuken met as.
Wat doe ik hier,
Zonlicht straalt in mijn tas,
Ik kijk in mijn bier,
en ik zie, dat wat zo-even nog verborgen was,
Drek en gier.
Flarden van gesprekken waaien langszij,
Ja, ook nog een biertje voor mij.
De stadsbus walmt blauw en stinkt diesel,
een zwerver zwalkt voorbij,
hij lijkt op Catweazle.
Op het terras van een beroem kanon,
daar waar het leven ooit begon.
De Groote Griet,
Welke Stadjer kent het niet.
Is het niet van de drank,
dan is het wel van het kanon,
dat spek met witte kool weg schoot,
van des bisschops schoot, zonder pardon.
Warme zon, lopende mensen,
Een man strak in het pak, een Italiaan,
met zonnebril zie je ´m zeker staan.
Een prachtig bewegende menigte,
in een zon die schijnt mediterraan.
Je weet, het gaat komen, je gaat er aan.
Teveel alcohol, je hebt moeite om te gaan staan.
Ach laat ook maar, wie wil hier nu vandaan!
Gramsbergen – Coevorden haven v.v.
Een mooie lente-avond,
warmer dan ik dacht.
Een wit met blauwe schicht
ligt te wachten in al haar pracht.
Hard gebakken carbon,
zo buigzaam als gewapend beton.
Riemen, strak en stijf,
dat alles vergt een gepantserd lijf.
De riemen dalen naar het water,
het blad zoekt en zuigt aan het vocht.
Maar niet te lang,
want daar komt alweer de volgende tater,
op naar de volgende bocht.
De brug zorgt voor strekking van de spieren,
bij het café zitten mensen aan hun bieren.
De graven van Alva verdwijnen in mijn zog,
2:05.00 tempo 25, zegt mijn log.
Na wat rechttoe rechtaan komen de sluizen,
muren rijzen hoog op, tot wel 3 meter naar de top.
Ik kijk naar de lucht, het zou toch niet gaan buizen?
Geen buien op mijn kop.
Laat maar dicht die hemelsluizen.
Het bosje van de Corvus Frugilegus nadert met gezwinde spoed.
Na de storm is het wat kleiner gegroeid,
maar het is nog steeds het geluid wat er toe doet.
In Drenthe is men wat sneller geweest met een natuurvriendelijke oever.
Natuurvriendelijk maakt het voor de roeier echter aangenaam vertoeven,
Dat merk ik al snel, een gemotoriseerde tobbe vaart voorbij.
drie halen en het water is weer vlak en vrij.
Een bord, 500 m, doet de vermoeidheid wat voelen.
Nog maar een paar halen,
de haven is een van de halve doelen.
Je geest doet aan vertalen
“Nu nog maar de helft,
kom op je kunt het,
je gaat het halen,
de haven van Gramsbergen,
met ferme halen”.
Noord-Oost Groningen
Een dijk onderbroken
door een weg naar de einder
Een dijkdoorbraak van formaat
Een begin en een eind beider
waar alfa en omega volledig op zichzelf staan
Een barriere bewust aangelegd
dwars door de dijk
die door de mens direct weer werd geslecht
door de wens om door te gaan
de mens weet van geen wijk
Rijden naar de horizon
zonder te stoppen
je wou dat het kon
Op zoek naar iets, naar wat?
naar datgene wat ligt aan het begin of het eind
naar datgene wat vanzelf weer verdwijnt
Waar is de schat?
Koud en droog, een altijd Oostenwind
die komt over de Oosterse steppen
Die blijft zoals ie is, hard en blind
blijft zich naar het Westeremd reppen
lang en kaal met zwarte gronden
waarop in de zomer wuivende aren worden gewonnen
waaraan je herinneringen kunt bewaren
van goede jaren,
droog en stil
van beroerde winters,
nat en kil
© Henkkay
Elfstedenroeimarathon 2010
Al tijden lang vraag ik me af of de Friese elf steden echte steden zijn. Na wat googelen is het antwoord snel gevonden: http://nl.wikipedia.org/wiki/Friese_elf_steden
Toch maar weer het bewijs dat grootte niet bepaalt of je een stad bent of niet en dat is maar goed ook want anders was het vermoedelijk de elf gehuchten of elf dorpentocht geworden en dat klinkt toch heel wat minder.
Naast het schaatsen en fietsen kan je de elfstedentocht ook roeien. En ja, ik heb me er jaren van afzijdig weten te houden maar mijn huidige roeimaat Helmer wist mij toch zover te krijgen om mee te doen. “En waarom ook niet”, zullen sommigen zich afvragen? Dat heeft natuurlijk een reden zoals alles in het leven een reden heeft. Ik heb namelijk een broertje dood aan ´s nachts wakker blijven. ´s Nachts lig ik namelijk het liefst in een bed om te slapen. En ook de langdurige voorbereidingen spreken me niet zo aan. Maar goed, sommige dingen in het leven moet je gewoon doen.
Dus ja, de beslissing was genomen en we begonnen met een mooi clubje roeiers. Trainen, trainen en nog eens trainen. Tempo 24 a 26 in een C2 met stuur. Dat valt toch best wel tegen als je de laatste jaren niet zoveel in C-materiaal meer hebt geroeid. Maar tegelijkertijd levert het de overtuiging op dat roeien in een C-boot veel plezier kan opleveren en brengt het het gevoel terug dat je had toen je ooit aan het roeien begon.
Na een aantal weken trainen was het dan zover. De vrijdag na Hemelvaart was het tijd om ons in te schepen. We waren goed voorbereid en alle spullen lagen klaar (dachten we…). De bus was gehuurd en was ook een camper geregeld. Bemanningslid Een van de bemanningsleden en onze stuur ”Pluis” moesten nog van het station worden gehaald. De stuur ging vlot want zij kwam aan op hetzelfde moment als wij met de bus in Leeuwarden arriveerden. Een tijdje later was ook het bemanningslid op het station Leeuwarden gearriveerd. Wij gingen hem ophalen. Tijdens het wachten op het station zag Jan een elfstedenposter hangen bij de plaatselijke friseur. Jan naar binnen, er volgde wat overleg met de kapper en die had schijnbaar geen bezwaar want Jan begon aan de poster op het raam te trekken. Een plaatselijke bekendheid (die nodig aan een kapbeurt toe was) ging een gesprek aan met Jan en even vreesden wij voor het alsnog niet doorgaan van Jan zijn poster-actie maar niets was minder waar. Even later konden we weer op weg en tijdens de terugrit ontvingen we telefoon van de teamcaptain: ’Waar blijven jullie? En hoe zit het met de tie-rips, de boot wordt zo gekeurd en we hebben ze nodig!”. Oeps, we hadden ze al gehaald bij de Praxis maar hadden niet begrepen dat het al zo laat was. Gelukkig kwam alles nog op tijd doordat Jan nog even een laatste sprintje trok naar de boot.
Het werd tijd voor de maaltijd. Meester improvisatie keukenprins Henk was al druk in de weer met potten en pannen. Het beloofde een eenvoudige, doch voedzame maaltijd van meervoudige koolhydraten met wat vet en eiwitten te worden (oftewel pasta met saus en vlees en voor de liefhebber ook zonder vlees). Het eten smaakte heerlijk, want we waren ondertussen al zo’n beetje een dag onderweg zonder ook maar een meter te hebben geroeid.
De boot kon het water in en Arie en Niels zouden het spits afbijten door de proloog te varen. Zoals altijd duurde het wachten voor de start gevoelsmatig een eeuwigheid. En vervolgens konden na lang wachten Germ en Aart de eerste etappe aanvangen en wij met bus en camper de achtervolging inzetten. Nu klinkt dat voor u als lezer misschien wat overdreven, de achtervolging, maar niets is minder waar. Ik begrijp nu waarom iedereen in Fryslân een boot heeft. Friesland heeft meer sloten en vaarten dan wegen. Je bent over de weg gewoon twee keer langer onderweg. Hier en daar moest er dus goed doorgereden worden om ervoor te zorgen dat we voordat de boot er was, wij er ook waren. Dat lukte gelukkig elke keer en meestal moesten we ook dan wachten maar op de een of andere manier was dat minder erg dan bij de start.
En eindelijk was het dan zover. Naamgenoot Henk en ik (met wie ik daarvoor nog nooit in de Nordhorn had geroeid,) konden van start. Het was al goed donker en er was geen maan te bekennen die ons wat bij kon lichten. En na een half uurtje kwamen we in een lekker ritme. En nu pas begreep ik een van de bekoringen van het roeien van de elfstedenroeimarathon. Naast het gorgelen van onze boot, het gesas van onze riemen en de stuur die zo nu en dan gedempt haar commando’s gaf, was het stil, stil, stil (zelfs die drie woorden kunnen niet beschrijven hoe stil het was). Zelfs alle vogels en insecten hielden zich stil, zo stil! Heerlijk als je dan achter de boot lichtjes over het water ziet deinen van andere boten die niet dichterbij komen. Dat betekent dat je de anderen op afstand houdt. Want ondanks de stilte moest er wel stevig geroeid worden, we roeiden dit jaar immers niet de toertocht (maar ook bij de toertocht moet je trouwens flink aan de bak). Maar ook bij een stevige krachtsinspanning kan er genoten worden. En dat deden we met volle teugen. En och, er waren ook mindere dingen. Een botsing met de kant in volle mist, mensen op vlotten die het leuk vinden om je te verblinden met tl-, led- en andere felle lampen en de nachtvisie van jou als roeier en de stuur verpesten en die het leuk vinden als je vervolgens ergens tegenaan vaart…
Na twee donkere etappes en de nodige ritjes in bus en camper werd het dan zoals dat gaat ook weer langzaamaan dag. Een dag met smalle slootjes, vaarten, en meren. Best wel vermoeiend want het is moeilijk om met veel bochten en brugjes in een ritme te komen. Henk en ik waren dan ook blij dat wij onze vierde (en laatste) etappe weer over een gewone (min of meer) rechte vaart konden vervolgen. We waren alleen niet zo blij met de wind tegen. Op een gegeven moment kwam er een bochtje en toen konden we even bijkomen. Dat leek fijn maar was alleen maar storend want even daarna kregen we de wind weer vol op kop. Maar goed, we wisten de boot zo goed als mogelijk op snelheid te houden en de concurrentie achter ons te houden. Pluis vertelde ons dat we helemaal ‘dood’ mochten gaan deze laatste etappe en de gedachte dat als je er niet meer bent, dat er dan ook geen pijn en vermoeidheid meer is, hielp me er doorheen. Henk en ik gaven alles wat we hadden en helaas waren we door dat alles net iets voor de finish heen. Gelukkig werden we op dat moment gesteund door het geroep en geschreeuw aan de kant en bleek dat we nog maar enkele meters hoefden. Bij het uitstappen schoot de kramp me in de kuit en dus kon ik even niet staan maar achter mij was er al weer gewisseld want ja, er kon natuurlijk niet gewacht worden, de race ging door!
Bij de eerstvolgende wissel stond ik klaar met de pikhaak want niet roeien betekent natuurlijk helpen maar toen tot twee keer toe de kramp in mijn rectus femoris schoot en ik dus niet kon blijven staan. Snel schoot er iemand te hulp om mijn plaats in te nemen. Later in de bus besloten mijn hamstrings ook nog even acte de presence te geven. De paar volgende wissels besloot ik me maar even afzijdig te houden. Aan een figuur met kramp heb je op dat moment niks. Na wat auto-massage (whatever that may be…) werd het echter al snel weer beter en verdween ook de spierpijn uit mijn kuiten. Eindelijk kwamen we weer in de buurt van Leeuwarden en de vermoeidheid begon bij iedereen behoorlijk toe te slaan. Na een laatste, heroïsche etappe van Arie en Niels, waarbij zij een Duitse ploeg uit Karlsruhe, die bij de wissel nog voor lag, eindelijk achter ons kon konden laten, was het eind dan in zicht. 19 uur en nog wat minuten (who cares) en een negende plek in het totaalklassement was het resultaat. Een heerlijke, verdiende barbecue en het elfstedenkruisje lagen op ons te wachten.
© Henk Kremer
Een (terug)blik op de Head
NLroei – Head of the River Amstel 2010 – blok 3 – RV Salland – winnaar HVD4*.
de Head, een wedstrijd waarvan iedere wedstrijdroeier droomt om daar een blik te trekken. Een droom die ook al jaren in mijn hersenpan rond krocht. Je hoopt er op maar het is als het winnen van de lotto. Iedereen droomt maar het is maar weinigen gegeven: winnen. Die droom was een mooi begin, maar meer zat er helaas niet in, zong Het Goede Doel alweer jaren geleden en dat zou ook hier wel weer van toepassing zijn.
De voorbereidingen waren niet ideaal. Veel ijsgang in onze haven, schotsen in het kanaal en als het dan eindelijk kan, werkt de temperatuur rond het vriespunt ook nog eens tegen. Daar stond tegenover dat ik nog nooit zoveel als dit jaar op de ergometer had getraind. Er kwam zelfs een trainingsschema aan te pas. Twee sportscholen en de ergo thuis zorgden voor de nodige trainingskilometers en ja, natuurlijk kan het altijd meer en beter maar naast mijn baan, bestuurs- en ander werk voor de RVvereniging, werk en andere beslommeringen had ik toch wel voor mijn gevoel een optimaal trainingsgevoel bereikt. Dat moest ook wel, want de concurrentie in de boot was hevig. Velen trainden met mij en sommigen waren, ondanks hun gevorderde jaren, ook nog sneller dan mij. Maar goed, we trainden goed en de wedstrijddatum kwam met rasse schreden dichterbij.
Op de wedstrijddag was de acht als eerste aan de beurt. Zij moesten erg vroeg starten (10.00 uur) maar waren natuurlijk daardoor ook lekker vroeg klaar. Zij zetten een voortreffelijke tijd (30 minuten 30 seconden) neer die goed kon dienen als streeftijd voor onze vier met stuur. Om 20 voor vijf ging onze categorie als laatste startnummer van start. De dag ervoor waren we nog gecoacht door Bart, de zoon vaneen van onze bemanningsleden. Een paar punten die nog voor verbetering vatbaar waren werden in dank door ons aanvaard. Met deze zaken in ons hoofd gingen we van start. Al snel konden we wat ploegen inhalen maar we werden zelf ook ingehaald. Maar och, als dat door de keizer van de Amstel en consorten gebeurdt.. Wat nou, we laten niemand er langs hoorde ik een stem in mijn hersens roepen maar helaas, het was al te laat. We beukten door, opgezweept door onze immer optimistische stuurvrouwe Pluis: “Kom op, we gaan ze pakken”. Helaas lukte dat niet met alle boten voor ons, maar zoals dat zo heet stapten we moe maar toch niet helemaal voldaan uit de boot. Eenieder van ons dacht volgens mij hetzelfde: “het had harder gekund en we hadden niet alles in de praktijk gebracht wat onze coach ons gisteren had gezegd”. De tijd, 31 minuten en 20 seconden. Langzamer dan de acht. Maar goed, het was ook de eerste wedstrijd in deze samenstelling en er viel kortom nog genoeg te leren en te verbeteren en het was een goede test geweest. De boot afriggeren, nog lekker wat rondhangen en de gepijnigde spieren verwennen met wat warm water en dan naar huis.
HEE HALLO, JULLIE HEBBEN BLIK GETROKKEN! Eerst dacht ik dat dat geschreeuw voor een ander was. Ik bedoel, hoe konden wij nou blik trekken? Het bleek toch echt waar te zijn. Op de Hoop kreeg ik uit handen van Arie het felbegeerde blik. Erg groot was het niet, (ter vergelijk: het blik van de Vechtrace is twee keer zo groot), de grootte van een penning, maar dat maakt niets uit. Het is de gedachte die erbij hoort, die telt. Het enige probleem is dat winnen naar meer smaakt. Dus we blijven trainen maar iets zegt me dat een volgend blik nog wel even kan duren. Het kan tenslotte niet altijd bal zijn en zoals de Engelsen zeggen: you win some, you loose some. Dus dat laatste zal (helaas) voorlopig wel even weer aan de beurt zijn.
© Henk Kremer
OVee-vervoer
Vandaag toch maar weer eens het Nederlandse Ovee-vervoer getest. Mijn vooroordeel is nog altijd dat het gemiddelde dier in Nederland beter wordt vervoerd dan mensen en helaas werd dat gisteren en vandaag weer bewaarheid. Daar waar een varken een eigen individuele sta-plek met individuele airco heeft (ventilator) moeten wij het in Nederland doen met een sta-plek op een stampvol balkon en daar moet je dan nog vet voor betalen ook. Je hebt als reiziger echter wel het voordeel dat je na de reis zelf kunt bepalen waar je heen gaat en dat is natuurlijk voor het gemiddelde varken wel anders. Maar ja, dat varken hoeft dan weer niet te betalen.
Kan de NS niet weer de derde klas invoeren (dan kan de eerste wel weg, zit vaak toch niemand)? En die reserveren voor allerlei korting/studentenkaart etc – houders. Die betalen peanuts maar nemen wel alle zitplekken in beslag. Kan ik weer staan terwijl ik vet betaal. Ik hoor u zeggen: waarom reis je dan niet 1e klas? Nou, ook dat heb ik geprobeerd en dan kwam ik soms alsnog in de tweede klas terecht omdat dat de enige plaats was waar nog plek was…. Bovendien vind ik de prijs van eerste klas echt belachelijk. Dat slaat al helemaal nergens op.
En dan de viesheid in zo’n trein. Naar de vloer moet je al helemaal niet kijken. Nieuw initiatief: sms-en als het smerig is in de trein. volgens mij is dat de omgekeerde wereld. Je kunt de boel toch ook gewoon schoonhouden???? Nee, het moet eerst een vieze bende zijn, dan ga ik sms-en en dan komt er een schoonmaakploeg. En nu we het toch over viesheid hebben. Nederland wordt steeds viezer. op de meeste werkplekken is het al een stoffige vieze bende en dat ligt niet aan de schoonmakers. Die kunnen nu eenmaal niet in 3 minuten een kantoor schoonmaken, stofzuigen en nat afnemen. Maar ja, eerlijk handwerk mag tegenwoordig niks meer kosten. De werkgever heeft liever iedereen met stofallergie thuiszitten…..
Voorlopig houd ik dus toch de auto aan. scheelt me ook de nodige verkoudheden want al dat geproest op minder dan een meter afstand zorgde voor twee verkoudheden achter elkaar. Zit nu al vier weken te snotten dankzij een paar treinreizen. volgens sommigen zal dat dan goed zijn voor de weerstand maar daar geloof ik geen bal van. voorkomen is beter dan genezen.
trein in NL nog steeds niet sneeuwproof
Ik begrijp er niets van. Zodra het een beetje sneeuwt, dan sneeuwt de trein gelijk in en moet men over op een dienstregeling die nog van voor WWII stamt oid. Het is voor mij onbegrijpelijk waarom ze bij ProRail niet eens een keer stage gaan lopen bij de Zwitserse treinmaatschappijen. Die weten tenminste hoe ze met sneeuw en vorst om moeten gaan. Bij ons breekt dan gelijk de hel los.
Maar goed, ik weet eigenlijk al lang waar de kous knelt. Het aloude medium: geld. als er iets minder geïnvesteerd was in de Betuwelijn dan hadden we nu niet met de shit gezeten. Al heel erg lang geleden had men namelijk over moeten stappen op betere sein- en wisselsystemen. Maar ja, je kunt het geld maar een keer uitgeven en meestal gebeurt dat in NL aan de verkeerde dingen die vervolgens ook nog twee keer over het budget heen gaan. En goed, de NS zal d’r ook wel wat mee te doen hebben maar ProRail behandelt elke wissel die niet werkt als storing en zegt vervolgens dat ze niet overal tegelijk bij kunnen zijn. Mijn inziens hadden ze meer moeten investeren in het voorkomen van die storingen. Hadden ze nu ook niet als gekken in busjes overal naartoe hoeven rijden om wissels te ontdooien…
En dan vindt men het raar dat de Nederlander niet uit de auto wil. Nee, als je met de trein naar je werk moet, dan moet je om 05.30 op om om 00:24 weer thuis aan te komen na vijf uur te hebben gewerkt en dat soort vervoer wordt ook nog door de overheid gestimuleerd. De laatste keer dat ik met de trein naar Amsterdam ging was ik heen vijf uur onderweg en terug nog langer. Goed voor de overuren en maaltijdvergoedingen maar milieubewust en financieel aantrekkelijk? Waar zouden we zijn zonder de trein? Nou, het antwoord weet ik wel: op de plaats van de bestemming. ik stel mijn jaarabonnementje nog maar ff weer uit. Wat een ellende. Ik blijf voorlopig nog maar ff in de auto. Ook niet alles maar tenminste geen last van Prorails en NS’en.
Waarom we zo snel vergeten
Hoe kan het toch dat de mens zo kort van memorie is? Als je lekker bij een warme kachel zit, dan is pijn van kou van vijf minuten geleden vaak al ver weg. Als je maanden lang in een koelcel hebt gewerkt, vind je 16 graden Celsius al snel een lekkere temperatuur. Een half uur later heb je echter toch alweer snel behoefte aan een dikke trui of zet je de kachel hoger. En niet alleen bij lage temperaturen werkt dit zo. Dit fenomeen gaat voor veel meer zaken op: studeren, werkzaamheden, lange reizen en zo kan ik nog wel even door gaan.
Het is bijzonder, zelfs de grootste pessimisten hebben ´last´ van dit fenomeen. Ik denk dat het te maken heeft met een van de sterkst ontwikkelde overlevingsstrategieen van de mens. Niet focussen op het negatieve maar vooruitkijken naar de kansen die er mogelijk weer aan de horizon verschijnen.
In het huidige tijdsgewricht zijn er veel negatieve factoren die er op je af komen. Verlies van werk, inkomen, zekerheid. Niets is meer zeker om maar met Delta Lloyd te spreken. Een goed voorbeeld is het nieuws. 80% daarvan is sowieso negatief geladen. Anders was het vermoedelijk geen nieuws geworden. Waarom blijven we er dan toch naar kijken? Omdat we toch weer benieuwd zijn wat voor oplossingen er komen en of het morgen niet weer een tikkeltje beter gaat in onze wereld en omgeving.
Ook zijn er in economisch slechte tijden nog steeds ontelbare mensen die kansen zien, ruiken, voelen, ontdekken en vinden. Natuurlijk zijn er ook beroepspessimisten maar zelfs die vinden toch weer elke dag een reden om uit bed te stappen en aan het werk te gaan. Dat feit is in ieder geval een positief ding in hun leven. Daar kan zelfs de grootste pessimist niet om heen.
Natuurlijk heeft ieder mens ook wel eens een slechte dag en kennen de meeste mensen een aantal zaken in hun werk of privé waar ze op z´n zachtst gezegd niet blij van worden. Toch denk ik dat we snel negatieve dingen vergeten en dat positieve zaken veel beter in ons geheugen bewaard blijven.
Mijn stelling van vandaag: de mens is een van nature positief ingesteld wezen of hij/zij dit nu wil of niet.
Het geheugen van de mens is ingesteld op het onthouden en terughalen van positieve momenten en zaken. Negatieve zaken blijven wel bewaard maar worden zoveel als mogelijk naar de achtergrond verdrongen. Wel leren we van negatieve zaken. Zeker als we daarmee ons leven kunnen verlengen en verbeteren. Ieder mens leert van negatieve dingen. Om ze te kunnen herkennen, voorkomen of om er ver van te blijven. Dit alles komt voort uit lijfsbehoud en zit tot in het diepst van onze ziel ingebakken.
Mexicaanse griep is een hype
Het is opvallend dat er bij de Mexicaanse griep in de pers nauwkeurig bijgehouden wordt hoeveel dodelijke slachtoffers er te betreuren zijn. Van gewone griep lees je hier bijna nooit wat over. Ik vraag me wel eens af hoe zich dat tot elkaar verhoudt maar daar hoor je niemand over. Het zal me niet verbazen dat er bij een gewone griepgolf ook heel wat dodelijke slachtoffers vallen maar schijnbaar is dat nu niet interessant want dat vindt men geen nieuws. Ik denk dat we nog raar op zouden kijken als dat wel gebeurt. Ik vermoed namelijk dat het er meer zijn dan dat we denken maar ja, een gewone griep is natuurlijk geen nieuws en de dodelijke slachtoffers daarvan ook niet. Een griep met een naam die qua dna-structuur wat afwijkt is natuurlijk veel belangrijker….
Op avontuur met de Vidrus (P)(F)luvius
Op de eerste november lagen we voor de start in de Pluvius te wachten in de Fluvius. Of was het net andersom? Een Laak-lid kon het dan ook niet laten om te roepen dat wij met onze boot schuld waren aan de bakken vol met regen die uit het zwerk op ons neerdaalden. “Hoe kun je een boot ook Pluvius noemen?” Vermoedelijk was zijn blik vertroebeld door een regendruppel of misschien betrof het zijn geest die verward was geraakt door de overvloedige neerslag? Het was duidelijk, hij had onze Snelle Rivier verward met gestaag neerdalende regen en och, zo ver zat hij er niet eens naast, het was allebei water in een vloeibare vorm.
Een hoosvat waren we vergeten, ademende regenjacks ademden op een gegeven moment alleen nog maar water. Uiteindelijk bleek niets bestand tegen de gestadig vallende droppels, bestaande uit een voor een levend wezen onmisbaar vocht. Een droogdoek kon de vloed op een gegeven moment ook nog maar amper keren. Tien keer uitwringen en ik kon weer opnieuw beginnen. Mijn gewring had maar weinig nut. Behalve dan dat ik als enige in de boot de voetjes nog redelijk droog kon houden. De rest van de crew besloot maar met klotsende enkels te starten. Wat maakte het ook nog uit?
Normaal houd ik mij verre van regen maar och, als je er eenmaal in zit dan moet je er maar het beste van maken. De dag was droog begonnen en ondanks de slechte weersberichten, (och wie gelooft tegenwoordig nog in het KNMI??) hadden we goede hoop dat het bij wat gemiezer zou blijven. Zoals dat wel vaker zo gaat, begon tijdens de reis richting Amsterdam het zwerk steeds meer te betrekken. Donkere wolken schoven voor een waterig zonnetje, boomtoppen begonnen te bewegen en ja hoor, de ruitenwissers van de auto werden gedwongen hun eentonige beweging te starten, heen en weer, in een rustige cadans. Zo werd onze voorruit van de auto tot aan Amsteledamme van de nodige regendruppels ontdaan.
Aangekomen bij de boorden van de Amstel bleek de meidenvier met Iris droog over de finish te zijn gekomen. Ook de mannen boordvier was nog redelijk droog over de finish gekomen maar de bemanning kwam in het (voor ons) eerste echte buitje van de dag met de Wellebeek (ook al zo’n waterige naam) aanlopen. Helaas voor hen hadden wij net de Fluvius in de schragen gehangen dus zij besloten eerst maar eens rustig te gaan douchen na hun boot op de botenwagen te hebben gelegd. We waren hen dankbaar voor hun galante gebaar want we waren net op de helft met het ombouwen van de Vidrus van lichte meidenboot naar zware herenboot en zaten niet zo heel erg ruim meer in onze tijd.
We kwamen vlot van het vlot en na wat preliminaire bewegingen voor de start, welke ik u zal besparen, was het grote wachten weer eens begonnen. Zoals gewoonlijk weer geen nintendo of boek bij de hand dus tsja, dan ga je maar eens wat om je heen kijken om de tijd te doden. Maar dat was buiten onze stuur gedacht. Meestal worden wij in de trainingen gestuurd door een jonge dame of heer die een familierelatie onderhoudt met een van de bemanningsleden. Deze keer was echter stuurvrouwe Elise aan boord geklommen en wij mannen kwamen er al snel achter dat er meer plekken op aarde zijn dan de voor u als lezer welbekende plekken, waar een vrouw de baas is. Natuurlijk wisten wij als zelfbewuste, geëmancipeerde metromannen al lang, dat er veel meer dan de als bekend veronderstelde plekken zijn, waar de vrouw de baas is. Maar de natuurlijke vanzelfsprekendheid en elegance waarmee wij werden aangesproken, waren we niet gewend. Kortom: we waren wat van ‘slag’. We gingen hier en daar zomaar spontaan halen en uit de boot kijken maar ons werd in onmiskenbare bewoordingen duidelijk gemaakt dat zulke zaken door onze stuurvrouwe niet werden getolereerd. En zo hoort het natuurlijk ook. Er kan er maar een de baas zijn in een vier en die taak is niet weggelegd voor de roeier. Wij werden op onze verantwoordelijkheid gewezen en al snel na de start werd ons duidelijk dat wij als taak hadden onze stuurvrouwe zo snel mogelijk langs andere boten te varen en deze ver achter ons te laten. Inhalen van andere schepen werd kortstondig ons levensdoel en wij werden vakkundig ‘opgezweept’ tot een ultiem tempo en dito haal. Voor onze inspanning werden wij beloond met strak stuurwerk en enthousiaste verbale ondersteuning. Enkele honderden meters voor de finish sloeg de schrijver dezes nog een klein visje, de lezer dezes begrijpt ongetwijfeld welke soort, maar gelukkig remde dit de boot niet al teveel af en werd het haken van de vis door de mede-bo(nd)ot-genoten na de finish ruimhartelijk vergeven. Gelukkig had de vis na één haal het hazenpad gekozen. Menig man die geregeld met stok langs de kant van het water zit, zou enthousiast zijn geworden na het aan de haak slaan van een dergelijke vis maar de schrijver dezes kon er alleen maar bedroefd van worden en was zichtbaar blij dat de vis zo enthousiast van de haak was gesprongen, zoals u ongetwijfeld zult begrijpen.
© Henk Kremer
